Adoptiekinderen en taal

We hebben in de afgelopen jaren vaak vragen gekregen over de taalontwikkeling van oudere adoptiekinderen. Hoe kun je nou met een ouder adoptiekind comminiceren als je net bij elkaar bent? Hieronder staan vragen en antwoorden over de taal. Daarbij moet vermeld worden dat alle antwoorden vanuit onze eigen ervaring komen, gecombineerd met gegevens die we over de taal(-ontwikkeling) hebben gevonden op internet.
 

* Is het verstandig om een cursus Pools te doen?

Wij hebben dit wel gedaan. Heel enthousiast zijn wij begonnen aan een cursus Pools voor beginners. We moesten veel woordjes leren en zinnetjes leren zeggen. Maar al gauw was de lol er een beetje af. Het was te moeilijk voor ons en er kwamen voor ons onbelangrijke zaken aan bod. Wij wilden leren hoe je bepaalde emoties moest zeggen en vragen en ook de basiswoorden en zinnen die de kinderen spreken. Hoewel het natuurlijk geen kwaad kan om zo'n cursus te doen, vonden wij het toch zonde van ons geld. Thuis hebben we op de computer nog een cursus Pools gedaan van Rosetta Stone. En dat vonden we juist wel leerzaam. Goed opgezet waardoor we veel woordjes geleerd hebben en ook goed na konden zeggen. Wij hebben voor ons zelf een lijstje gemaakt met korte Poolse zinnetjes en die laten vertalen. Het is dan wel handig hoe je bepaalde letters/combinaties uit moet spreken. Op deze link is te lezen hoe het alfabet in Polen is en uitgesproken wordt. 

* Hoe verloopt de communicatie met kinderen als je ze niet kunt verstaan?

Natuurlijk verloopt het contact niet zoals bij kinderen die je wel verstaat. We vonden het bij de eerste ontmoeting soms erg vervelend dat de kinderen een aantal keer iets aan ons vroegen, maar wij geen woord konden verstaan en daardoor dus ook niets zinnigs terug konden zeggen. Gelukkig zat er bij ons een tolk bij die af en toe wel vertaalde wat er werd gezegd. Je kunt daarnaast natuurlijk ook veel doen met je houding, gebaren, ogen en handen. Je communiceert dus anders met ze en dat kan soms wel inspannend zijn. Bij ons verliep het zo, dat we af en toe onze (schaars) geleerde woordjes en zinnetjes in het Pools zeiden, maar daarnaast ook veel Nederlands 'antwoordden'. En blijkbaar hadden de kinderen daar niet zoveel moeite mee.  Goed observeren is een must. Je kunt aan kinderen toch al snel zien wat ze bedoelen. En zo niet, jammer dan. Kinderen zetten zich daar heel snel overheen en beginnen zo weer aan wat anders.

Eenmaal bij ons met de tweede reis zagen we al snel verandering. De kinderen zijn ineens dag en nacht bij je en je moet elkaar dus wel leren begrijpen. Tijdens ons afreisgesprek (en ook op de yahoo-Polenlijst), hadden we een overzicht gekregen van allerlei dagelijkse handelingen, emoties en voorwerpen. Daaronder stonden de Poolse en Nederlandse woordjes erbij. Zeker als je wat oudere kinderen adopteert, kunnen deze plaatjes erg handig zijn. Wij hebben ze thuis al uitgeknipt en gesorteerd. Zo hadden we alles wat met de keuken te maken had (plaatjes met woordjes als: eten, drinken, beker, melk, brood, etc.) in de keuken op de koelkast gehangen, op ooghoogte van de kinderen. Als ze iets wilden hebben en wij zouden het niet begrijpen konden ze ons meenemen naar de keuken en gewoon het plaatje aanwijzen. In de praktijk hebben de kinderen hier wel eens gebruik van gemaakt, maar niet heel vaak. Maar het kan zeker een goede ondersteuning zijn om elkaar beter te begrijpen.
Klik hier voor de lijst met Poolse pictogrammen.
Klik hier voor de lijst met Pools-Nederlandse woordjes.

Wij merkten aan de kinderen dat ze het erg leuk vonden dat wij Poolse woordjes gingen zeggen of hun na probeerden te praten. Daarom hebben we er een soort spel van gemaakt. Als we iets niet begrepen en ze konden het ons aanwijzen, probeerden wij het Poolse woord na te zeggen en daarna moesten hun het Nederlandse woord proberen na te zeggen. Zo leerden we dus ook van elkaar!

Een ander iets wat we hebben toegepast bij het leren van de Nederlandse taal is het 'verplicht' zeggen van een woord of koste zin in het Nederlands. Zo wilden de kinderen heel vaak stoei- en knuffelspelletjes met ons doen. Nou prima toch! Als ze dan nog een keer wilden zeiden ze vaak "jestem". Dat betekent: "nog een keer". Als ze het niet in het Nederlands na probeerden te zeggen deden we het niet meer. Probeerden ze dat wel, gingen we weer verder met stoeien of knuffelen. En dat werkte als een speer! Ook Nederlandse woordjes als snoep, koekje en toetje waren heel snel aangeleerd!

In Polen hadden wij de mogelijkheid om iemand in de buurt te bellen als er iets belangrijks was dat we niet konden vertalen. Zo kwam Natalja een keer 's nachts uit bed en we begrepen echt niet wat er was. Snel de mevrouw gebeld die achter ons woorden en daar kon Natalja haar 'verhaal' in het Pools kwijt. Daarna wij weer aan de telefoon voor de vertaling. En die bleek heel simpel: Natalja kon niet slapen... Maar het idee dat we altijd iemand konden bellen voor vertaling was wel fijn.

 * Hebben jullie tips voor leesboekjes o.i.d. om de Nederlandse taal te bevorderen?

Wat wij veel gebruikt hebben zijn simpele woordenboekjes met plaatjes erin. Dit zijn vaak boekjes met een bepaald thema: seizoenen, huis, eten/drinken, buiten, tegenstellingen, vormen, dieren, voertuigen, etc. Je kunt zelf met de plaatjes allerlei leuke spelletjes doen de woorden te benoemen en na te laten zeggen. Dat benoemen van alles is wel belangrijk bij het leren van een taal. Blijven herhalen, herhalen, herhalen en alles benoemen. Daarnaast kun je natuurlijk ook voorlezen. Niet te moeilijke boekjes met veel plaatjes. Ik heb eens een tip gelezen over het voorlezen van boeken dat wel benoemenswaardig is: "Wanneer u voorleest, hebt u misschien de neiging om af en toe te checken of uw dochter de betekenis van een bepaald woord kent, door te vragen "Wat is dat?" Daar is niets op tegen, maar bedenk wel dat woorden pas echt betekenis krijgen als een kind ze hoort in een langer stuk tekst (de context) en als het kind in situaties komt waarin het moet nadenken over woorden en hun betekenis. Dat laatste bereik je door juist niet op een directe manier te vragen naar woordbetekenissen ("Wat is een toets?"), maar juist indirect ("Heb je zelf al eens een toets gemaakt?")."

Tips voor boeken zijn:
* Boeken met bepaalde thema's (dieren, huis, voertuigen, eten, etc.) met veel plaatjes
* De serie boeken van "Ik ben Bas". Deze boeken zijn speciaal gericht op de taalontwikkeling: klik hier.
* Boekjes van "Bobbi", die hebben leuke rijmpjes. Klik hier.

Tips voor ICT en taalontwikkeling:
 * woordkasteel 
* woordjes oefenen
* ambrasoft 
* luisterprentenboeken

Ook het zingen van liedjes is goed voor de taalbevordering. Wij hadden een paar cd's meegenomen met Nederlandse kinderliedjes. Vooral peuterliedjes zijn erg leuk, want daarin ligt ook vaak de basis van de Nederlandse woordjes. Poesje mauw en 1, 2, 3, 4 hoedjes van papier waren de eerste Nederlandse liedjes die onze kinderen kenden. Liedjes die ook leuk zijn om aan te leren zijn liedjes met bewegingen (bijv. In de maneschijn, Hoofd schouders knie en teen). En als het liedje geen bewegingen kent, dan kun je ze zelf ook vaak bedenken. Door de bewegingen onthouden ze ook vaak beter welke tekst ze moeten zingen. Ook bij het zingen van liedjes geldt: herhalen, herhalen, herhalen.

Tips voor cd's:
* Liedjes uit grootmoeders tijd
* Cd's van Kinderen voor Kinderen

Tips voor TV:
* Sesamstraat
* Het Zandkasteel
* Koekeloere

Verder hebben we veel aangewezen of wezen de kinderen veel aan. Elkaar de woordjes leren vinden ze erg leuk. Gewoon in de auto, in de bussen, in de tuin, in het huis vertellen wat je ziet. Wij hebben de kinderen overladen met complimentjes als ze iets zeiden in het Nederlands. Goed voor het zelfvertrouwen en het zet aan tot nog meer willen zeggen in het Nederlands.

* Waarom hebben jullie de kinderen 1 jaar naar een taalschool gedaan?

Omdat er nauwelijks iets te lezen is over adoptiekinderen en het leren van de Nederlandse taal, was het moeilijk om een goede manier te zoeken om de kinderen te helpen bij de ontwikkeling van hun taal. Na veel zoek- en speurwerk het ik wat gevonden in boeken, tijdschriften of op het internet:

"De taalontwikkeling van oudere adoptiekinderen, verloopt natuurlijk niet hetzelfde als bij kinderen die in Nederland geboren zijn. Een deel van de adoptiekinderen heeft ook in hun oorspronkelijke taal een achterstand opgelopen door verwaarlozing of onderstimulatie. Taalproblemen blijken zich vooral op school voor te doen bij de ingewikkelder taalopdrachten en niet thuis of in contact met anderen. Adoptiekinderen die 4 jaar of ouder zijn als ze naar Nederland komen, kunnen problemen krijgen en houden met grammatica en spelling of met de uitspraak van bepaalde klanken. Ouders kunnen de taalontwikkeling goed stimuleren door bijvoorbeeld: correct nazeggen van een verkeerd gezegde zin of woord, plaatjes kijken, lezen en voorlezen, taal- en woordspelletjes en klankoefeningen doen. Bij kinderen die 3 jaar of ouder zijn bij aankomst verdient het aanbeveling veel woorden aan te leren, omdat ze een grote achterstand hebben wat betreft hun woordenschat."

Om die laatste reden hebben wij ervoor gekozen om onze oudste twee naar een taalschool te sturen. Natalja was toen 6 en Artur 4 jaar. Gedurende 1 jaar is alles op school gericht op de taalontwikkeling en het vergroten van de woordenschat. Een belangrijke basis om straks op de reguliere basisschool mee te kunnen komen met leeftijdsgenootjes. Mirek was nog twee toen hij bij ons kwam en wij zien inderdaad verschil met zijn taalontwikkeling en die van zijn broer en zus. Zijn Poolse taal was natuurlijk nog veel minder ontwikkeld en ook de snelheid waarmee hij de Nederlandse taal oppakte was sneller dan de andere twee.

Zo'n taalschool is niet in elke plaats aanwezig, dus moet je kijken of het goed is voor je kind om er naar toe te gaan. Daarbij spelen veel factoren een rol: kan mijn kind het aan om na een jaar weer een wisseling van school door te maken, is het mij de moeite waard om eventueel verder te reizen, pakt mijn kind de Nederlandse taal snel op, is er een andere mogelijkheid in de buurt om de taal/woordenschat te bevorderen. Denk daarbij o.a. aan schakelklassen en VVE-programma's

Nog een paar links die de moeite waard zijn om inzicht te krijgen in de (normale) taalontwikkeling:
*  Kindertaal: van brabbel tot volzin
*  Wat leren jonge kinderen thuis?
*  Peuters laten spelen met taal
*  Kind en taal

* Overige informatie over de taal en taalontwikkeling bij adoptiekinderen.

Op internet is niet zo heel veel te vinden over de taalontwikkeling bij adoptiekinderen. Misschien ook omdat er nog geen goede onderzoeken zijn gedaan. En als ze gedaan zijn, zijn ze redelijk gedateerd. Daarnaast is het ook moeilijk te zeggen hoe de taalontwikkeling verloopt omdat er vele factoren meespelen om de Nederlandse taal te kunnen leren. Eén van de belangrijkste factoren is in hoeverre de kennis van de oorspronkelijke taal al aanwezig is. Als die niet of nauwelijks gestimuleerd is in het land van herkomst, wordt het moeilijker om de nieuwe Nederlandse taal aan te leren. Met name als het om oudere adoptiekinderen gaat. Ook de aanleg voor taal en taalgevoeligheid spelen natuurlijk mee in het aanleren van de Nederlandse taal. Hieronder een artikel over de taalontwikkeling:

Wat kun je verwachten van de taalontwikkeling van geadopteerde kinderen? 

Kinderen die ná hun babytijd geadopteerd worden uit het buitenland, kunnen inderdaad een stagnatie in hun taalontwikkeling vertonen. Dat is zelfs het vaakst geconstateerde ontwikkelingsprobleem bij adoptiekinderen. In het algemeen geldt: hoe ouder het kind was toen het naar Nederland kwam, hoe groter de kans op taalproblemen. Hieronder zal ik uitleggen hoe dat komt en wat er eventueel aan te doen is.

Andere taalomgeving
Om te beginnen kun je je afvragen waarom geadopteerde kinderen het zoveel moeilijker hebben dan allochtone kinderen, ook als daar thuis geen Nederlands wordt gesproken. Een allochtoon kind dat in Nederland geboren wordt, en waar thuis geen Nederlands gesproken wordt, groeit toch op in een meertalige omgeving. Zo'n kind hoort namelijk wél Nederlands spreken bij de buren, in de winkel en in de speeltuin. Zo krijgen zijn of haar oortjes toch de kans om van jongs af aan een beetje gewend te raken aan het Nederlandse klanksysteem. Voor een adoptiekind is de situatie volstrekt anders. Het groeit niet op in een meertalige omgeving, maar verhuist van de ene op de andere dag naar een volstrekt nieuwe taalomgeving. Dat is een enorme verandering.

Grote verandering
Na zijn onderzoek onder Roemeense kinderen in 1999, constateerde René Hoksbergen (hoogleraar adoptie), dat 57% van de kinderen die 3 jaar of ouder waren bij hun adoptie, kampten met spraak- of taalstoornissen. Hoe komt dat? Voor een buitenlands geadopteerd kind verandert er plotsklaps nog veel meer dan alleen de taal. Alles in zijn omgeving verandert: de mensen, de omgangsvormen, de huizen, het landschap, het eten... Enfin, dit spreekt voor u als adoptieouder natuurlijk voor zich. U heeft van dichtbij ervaren dat uw kind een enorme verandering beleefde. Het verwerken van zo'n overgang en het wennen aan de nieuwe situatie kost een adoptiekind tijdelijk ál zijn energie. Daardoor kan de ontwikkeling een poosje stil gaan staan. Niet alleen de taalontwikkeling, maar de volledige cognitieve en lichamelijke ontwikkeling. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat kinderen in de eerste maanden na de adoptie even niet groeien in lengte of gewicht. Kortom: het kind moet veel tijd gegund worden om te acclimatiseren. Wat betreft de taalontwikkeling is het niet ongebruikelijk als die ongeveer een jaar stilstaat.

Kindertehuizen 
Naast de enorme omslag die een adoptiekind meemaakt, en de energie die dat kost voor het kind, kan er nóg een oorzaak zijn voor een vertraagde taalontwikkeling. Het kan namelijk zijn dat er in de eerste levensjaren weinig tegen het kind gesproken is, waardoor het geen kans heeft gehad om de eerste taal goed te ontwikkelen. Met name in kindertehuizen is dit helaas nogal eens het geval. Als het kind geen goede basis heeft gekregen in de eerste taal, is het nog veel moeilijker om een tweede taal te leren. In dat geval kun je met een zojuist geadopteerde kleuter ook niet direct aan de slag met prentenboekjes voor 4-jarigen. Het kind kan domweg nog lang niet vergeleken worden met leeftijdsgenoten. Er moet dan eerst nog een basis gelegd worden, door veel aan te wijzen in de omgeving, en gebruik te maken van baby- en dreumesboekjes. 

'Een nieuwe start'
Een nieuwe start... een nieuwe taal. Verslag van onderzoek naar de taalontwikkeling van adoptiekinderen, met praktische tips door: A.K. de Vries en L.A.C. Bunjes uitg.: Adoptiecentrum van de Rijksuniversiteit te Utrecht, 1988 ISBN 9090025588 (Bron)